St.-Fredegandus
De oorsprong van de begraafplaats is waarschijnlijk even oud als die van de kerk. Tot op het einde van de 18de eeuw werd er zowel in als rond de kerk begraven.
Op 12 juni 1804 bevestigde een decreet van de Franse Republiek een vroegere maatregel van 26 juni 1784 van de Oostenrijkse keizer Jozef II dat "geen enkele teraardebestelling meer mag plaats hebben in kerken".
Voor Deurne hield deze maatregel enkel een verbod in tot begraven in de kerk, waardoor er voortaan enkel nog buiten, rond de Sint-Fredeganduskerk, begraven zou worden.
Het feit dat vele rijke Antwerpenaren een buitengoed hadden, in het op dat ogenblik nog landelijke Deurne, leidde ertoe dat het Sint-Fredeganduskerkhof één van de uitverkoren plekken werd waar de Antwerpse burgerij zich liet begraven. Omdat de begraafplaats al snel onvoldoende ruimte bood, vroeg de gemeente in 1878 toelating om de begraafplaats uit te breiden door de school en het gemeentehuis in de Schoolstraat (huidige Coeveltstraat) af te breken en de grond ervan bij het kerkhof te kunnen inlijven. Het plan werd niet uitgevoerd. In 1883 drong de provinciale commissie voor geneeskunde op haar beurt aan op een uitbreiding van het kerkhof. Aanvankelijk verzette de Minister van Oorlog zich tegen het vergrotingsplan omdat het terrein in de zone van de militaire erfdienstbaarheid gelegen was maar dankzij de argumentatie van de provinciale gezondheidscommissie gaf hij het verzet op. Op 26 maart 1885 besloot de gemeenteraad het kerkhof te vergroten langs de noordzijde. Dertien huizen werden door de gemeente aangekocht en gesloopt. Op 12 september 1885 werden het plaatsen van een afsluiting en bestratings- en aanpassingswerken toegewezen aan aannemer Jos Wanbecq uit Deurne.

Na de Eerste Wereldoorlog verminderde het prestige van de Sint-Fredegandusbegraafplaats, mede door de oprichting van de stedelijke begraafplaats Schoonselhof. Na het gebruikelijke onderzoek werd de kerk op 14 oktober 1976 als monument beschermd. Ten einde de inbouwing van het monument te voorkomen werd besloten het omringende kerkhof, met ongeveer 1200 graven, als landschap te rangschikken. Op 27 juni 1989 besloot het College van Burgemeester en Schepenen over te gaan tot de sluiting van de begraafplaats, met uitzondering van het beschermde gedeelte. In 1991 werd besloten om het niet-beschermde gedeelte om te vormen tot een “begraafpark”. De benoeming als “begraafpark” van Sint Fredegandus is het gevolg van een “groenstructuurplan” van Antwerpen voor deze site onder het beleid van mevrouw Vogels en uitgevoerd in 2001-2002 naar een ontwerp van het Buro voor Vrije Ruimte - architect Chris Vermandere - in overleg met vzw Turninum. Geschiedenis, traditie en moderne vormgeving vonden mekaar hier in een perfect samenspel.

Er werd geopteerd om het niet beschermde gedeelte niet volledig te ontruimen maar er een “begraafpark” van te maken , toen een nieuw begrip voor gans Vlaanderen. Er werd een reconstructie gemaakt van een tumulusgraf, herinnerend aan de begraafrituelen voor de Romeinse bezetting. Alle tijdens de werken gevonden stoffelijke resten werden er in bijgezet. Er werd een tweede heuvel met stijlvol zitpaviljoen, een “tempeltje” opgebouwd, speciaal bedoeld om te filosoferen en te mediteren met vlakbij een ligweide. Er werd vlakbij de ingang via de stedelijke bibliotheek een klein amfitheater gebouwd ,het “kinderlovertheater” waar de mogelijkheid bestaat poëzie voor te lezen, verhalen te brengen of te zingen of te musiceren in een uniek kader.

De centrale weg werd gekasseid met mooie vlakke kasseitjes en alle monumenten aan weerszijden werden gespaard om een idee te geven van de begraafwijze in de Romeinse periode langs hoofdwegen (zie Via Appia). Er werd een “irissenvijver” aan gelegd, een constructie zonder water maar enigszins uitgediept zonder de stoffelijke resten te raken en beplant met honderden knollen van de blauwe iris, een uniek zicht in de bloeiperiode. Er werden betonnen zuiltjes op de wegeinden geplaatst waarop in de toekomst beeldhouwwerk zou kunnen komen.

Er is voorzien in een beplanting met 129 notelaars, traditioneel een “kerkhofboom” en beukenhaagcoulissen, groen blijvende massieven en groen-beuk-kamers zodat er volgens de ontwerparchitect een feeëriek licht –en schaduwspel ontstaat in combinatie met de statige arduinmassieven. Overal werden tegen de muren bloeiende klimplanten geplant en duizenden bloembollen op de open graszones ingegraven. Het beschermde deel bleef onaangeroerd en loopt vloeiend over in het begraafparkdeel.

   (met dank aan Marcel Windey voor het verstrekken van gigantisch veel
informatie. Wie bijkomende informatie wil over graven op St.-Fredegandus
kan mailen naar windey.marcel@base.be)
Lakborslei
2100
Mogelijk werd in de buurt reeds in de 9de of 10de eeuw een eerste bedehuis ingericht. De kerk was aanvankelijk aan Onze-Lieve-Vrouw toegewijd. Sinds de 14de eeuw berustte het benoemingsrecht van de pastoor bij de Sint-Michielsabdij. Vanaf het einde van de 15de eeuw nam de cultus van Sint-Fredegandus toe. De kerk zou geplunderd zijn door de bende van Maarten van Rossum op 27 juli 1542. Zeker is dat de kerk op 21 augustus 1566 door Beeldenstormers werd geplunderd. Op 2 maart 1579 werden, tijdens de slag bij Deurne, opnieuw grote vernielingen aangebracht. In oktober 1648 werd een nieuwe kerk ingewijd.

Vooraleer de hoofdlaan te betreden komen we nog langs mooie graven voor Portocarrero-Keteleer een gekende handelsfamilie en Herbosch.

Op de hoofdlaan rechts een arduinen neogotische kapel Collin-Verellen met banderol "Hodie mihi, cras tibi": "Vandaag mijn beurt, morgen de jouwe". Cogels-de Gruben, provinciegouverneur van Antwerpen. Alfons Hertogs (1846-1908), burgemeester van Antwerpen. Links Florent Pauwels, burgemeester van Deurne. Gife, architect, bouwmeester van het gemeentehuis van Deurne en Borgerhout en betrokken bij de restauratie van de Sint-Fredeganduskerk en de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal.

Op het rondpunt Jan De Laet (1815-1891), één der markantste figuren die hier begraven ligt. Hoewel van huize uit Franstalig ging hij, naar het voorbeeld van zijn vriend Hendrik Conscience, spoedig proza in het Nederlands schrijven. In 1860 werd hij volksvertegenwoordiger voor de Meetingpartij: hij was de eerste Belgische politicus die bij zijn ambtsaanvaarding in de Kamer de eed in het Nederlands aflegde. Het praalgraf is uitgevoerd in gele zandsteen. Voor een obelisk staat een vrouw, de maagd van Vlaanderen, met vaandel en rouwkrans. Zij wordt begeleid door de Vlaamse leeuw die zich onvervaard opricht. Aan de overzijde Andreas De Weerdt (1825-1893), tolbediende, liedjesschrijver en volkszanger. Hij was auteur van honderden liedjesteksten over de actualiteit van zijn dagen. Aan de voet van een sarcofaag zit een treurend jong meisje. Naast haar liggen muziekbladen en een gitaar. De sarcofaag wordt bekroond door een kruis waar een rouwkrans, een palmtak en een lauwerkrans tegenaan rusten. Het bronzen portretmedaillon is door Alphonse Mauquoy vervaardigd. Het grafmonument is een ontwerp van Frans Joris.

Verder op de hoofdlaan links: De Clerck, opgevat als Egyptische zuil. Emiel de la Montagne (1873-1956), kunstschilder. Gust Janssens (1873-1924), drukker-uitgever.

Verder op het kerkhof liggen nog figuren als: August Snieders, letterkundige. Het originele graf werd terug opgericht door de vzw Turninum. Het lichaam van Snieders ligt op de begraafplaats Schoonselhof. Constance Teichman (1824-1896), bijgenaamd "de Antwerpse goede engel". Marie Belpaire, weldoenster. Teichmann, Provinciegouverneur. Florent De Boey (1885-1954), burgemeester van Deurne tussen 1944-1954. P. M. N. J. Genard (1830-1899), erearchivaris van Antwerpen.
Aan de buitenzijde van de kerk vinden we de grafsteen voor Seerwaert, pastoor en monnik van de Sint-Michielsabdij. Links van de kerk betreden we het kerkhof. Aan de rechterzijde het grafmonument voor Frans en Edward Deckers, beeldhouwers. Het ruiterstandbeeld van Koning Albert aan het Antwerpse stadspark is door Edward Deckers vervaardigd. Daarnaast Albert Maquinay (1855-1920), handelaar uit Wijnegem en eigenaar van kasteel de Zwarte Arend. Hij werd medestichter van Exxon / Esso. Tegen de kerk vinden we H. Marmillion, oudstrijder van de onafhankelijkheidsstrijd van 1830. Een witmarmeren monument van J. B. De Boeck siert de laatste rustplaats voor de familie Kums. Waltmannus Van Lissum (1770-1855), laatste kanunnik van de Sint-Michielsabdij te Antwerpen kreeg een prachtig grafmonument aan de achterzijde van de kerkmuur. Verder treffen we rond de kerk Gerard Le Grelle (1793-1871), burgemeester van Antwerpen van 1831 tot 1848, Edmond Van Herendael (1841-1880), letterkundige en voorzitter van de Nederduitse Bond en Jozef Celens (d. 1884) aan.