Het ontwijkende antwoord dat de bevolking van Deurne-Zuid in 1891 had opgelopen vanwege het Gemeentebestuur, op hun vraag om een eigen kerkhof te bekomen, had hen echter niet ontmoedigd. Nu de Sint-Rochuskerk afgewerkt en ingezegend was, verzochten de Zuid-Deurnenaars opnieuw om een eigen kerkhof in de nabijheid van de kerk. Op 27 juli 1896 wordt de belofte gedaan om een kerkhof rond de kerk op te richten. De beschikbare grond rond de kerk bedraagt slechts 2.5 hectare een oppervlakte onvoldoende groot om als kerkhof aan te wenden. Op 18 mei 1899 wordt 1.3 hectare bijgekocht ter vergroting van het kerkhof. In de loop van het jaar 1900 worden de planten en struiken aangekocht om het kerkhof te versieren en in parken te verdelen.
Op 16 mei 1901 wordt een kruisbeeld op het Sint-Rochuskerkhof geplaatst. Het plaasteren kruisbeeld geleverd door J. Coomans, te Antwerpen, kostte 50 F. Lang heeft dit eerste beeld het niet uitgehouden want op 9 september 1902 ontvangt de heer Coomans 85 F voor levering van een tweede beeld. Intussen was er op het kerkhof ook een dodenhuisje neergezet. Op 18 juni 1908 wordt het kerkhof met 1 hectare vergroot. Op 13 juni 1918 werd 4 hectare aangekocht voor de uitbreiding van het kerkhof. Op 12 november 1919 wordt een kerkhofmuur opgericht.
Op 17 april 1929 wordt de oprichting goedgekeurd van een Calvarieberg. Het kruis wordt voorzien in ijzer. Op 7 januari 1930 wordt aan de gebroeders Cruis van Zeelhem de levering toevertrouwd van het kruis met Christusbeeld en de bidbank. Ter vervollediging van de Calvarieberg wordt op 28 januari 1930 bij dezelfde aannemer, een O.-L.-Vrouwbeeld en een Joannesbeeld besteld.
Met dank aan Ludo Dieltiens
voor de informatie.
Aan de achterzijde van de kerk liggen Corneel Mayné, een scoutsleider die in 1927 omkwam, en pastoor Vervoort, die de Sint-Rochuskerk liet bouwen. De belangrijkste grafmonumenten bevinden zich links en rechts van de hoofdlaan. Achteraan een kalvarie.