Symbolen op grafmonumenten
Hart: Symbool van liefde. Een vlammend hart wijst op vurige liefde.
Hond: Symbool van trouw, huiselijkheid of als bewaker van de overledene.
Hulst: Verwijst met zijn stekels naar de doornenkroon van Christus.
IHS: Er zijn drie verklaringen voor dit monogram: 1. Beginletters van het Griekse Iesous, Jezus. 2. Beginletters van de uitdrukking Iesus Hominum Salvator: Jezus, de redder van de mensen. 3. Beginletters van de uitdrukking
van In Hoc Signo dit is: In dit teken zult gij overwinnen, een verwijzing naar de droom van de Romeinse keizer Constantijn de Grote.
INRI: Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum: Jezus van Nazareth, koning der joden.
Jaartelling: Joodse: De joodse jaartelling begint op de dag van de schepping, september 5757 jaar geleden. Het christelijke jaartal is globaal te herleiden door van het joodse jaartal 3760 af te trekken. Vrijmetselaars: Op sommige graven van vrijmetselaars vindt men soms abnormaal hoge jaargetallen (5826-5890). Vrijmetselaars rekenen vanaf het jaar 4000.
Klaproos: Is een bloem met slaapverwekkende eigenschappen en drukt gedachten van eeuwige slaap uit. De klaproos verwelkt snel en wijst op een kortstondig leven.
Klaver drie: Symbool van de heilige drie-eenheid: Vader, Zoon en de Heilige Geest.
Klimop: Is een groenblijvende plant en wijst op het voortdurende leven, de onsterfelijkheid. De klimop wijst naar trouwe verbondenheid of naar vriendschap tot in de dood. De klimop houdt de herinnering vast, daarom wordt ze ook veel als grafbeplanting gebruikt.
Kolom: Deafgebroken zuil symboliseert het plotse afbreken van het leven.
Lauwertak: Symbool voor het eeuwige leven, overwinning en roem. Vaak als eerbetoon aan een kunstenaar. Een schedel omkranst met lauwertakken symboliseert de heerschappij van de dood over de levenden. De oudste betekenis is die van reinheid.
Leeuw: Symbool van de adel. Hij belichaamt als symbool kracht, macht en krijgshaftigheid. Bij oude adellijke graven zien we dan de leeuw ook dikwijls aan de voeten van de afgebeelde overleden persoon liggen, soms ook op zijn rug liggend als symbool van onderdanigheid aan de afgebeelde persoon.
Papaver: Oorspronkelijk het symbool van de god Hypnos, de Griekse god van slaap en van Morpheus. Later het Christelijke symbool van de gelukzalige tijdelijke slaap. Wie dood was sliep immers tijdelijk in de gelukzalige wetenschap dat op de dag de wederopstanding eenieder zal gewekt worden door trompet- en hoorngeschal
Passer: Op het graf van een architect of een vrijmetselaar. Op graven van vrijmetselaars treft men de passer en de winkelhaak samen aan.
Korenaren: De korenaar is het symbool van Christus en het symbool van de eucharistie.
Kruis: Symbool van Christus' opoffering en van het christelijk geloof.
Kussen: Symbool van de eeuwige slaap. Soms om de waardigheid van de familie te beklemtonen.
Lam: Symbool voor onschuld. Ook de overwinning van het leven op de dood.
Meestal is er evenwicht tussen passer en winkelhaak. Een andere opstelling heeft te maken met de graad waarin gearbeid wordt.
Passiebloem: De drie stempels symboliseren de kruisnagels, de driekleurige krans rondom het bestuivingorgaan symboliseert de doornenkroon en het gesteelde vruchtbeginsel is het symbool van de kelk des Heren.
Pauw: Symbool van onsterfelijkheid. De pauwenstaart is symbool van de heelheid van de hemel of als zonnesymbool.
PAX: Pax betekent vrede in het Latijn. Symbool van Christus die de vrede op aarde bracht.
Pelikaan: Symbool voor de opofferende liefde.
Phoenix: De fabelvogel, waarvan de legende vertelt dat deze zich eens in de zoveel eeuwen in het vuur wierp om er totaal verjongd weer uit te komen, is het symbool van Christus en zijn opstanding.
Pijl: Symbool van een marteldood en attribuut van de Heilige Sebastianus die in het Collosseum met pijlen werd doorschoten.
Ramshoorn: Op de ramshoorn of sjofar blies de Joodse overledene tijdens het Nieuwjaar en op de Grote Verzoeningsdag.
Ringen: Twee met elkaar verbonden ringen symboliseren de hemel en de aarde en de verbondenheid van twee mensen. De ring is net als de cirkel het symbool van oneindigheid. Zij zijn de Alpha en de Omega die in elkaar overvloeien.
RIP: Resquiescat in Pace is het Latijn voor: hij/zij ruste in vrede.

Roos: Symbool voor liefde, schoonheid, vergankelijkheid of zondeloosheid. Een geknakte roos verwijst naar het door de dood afgebroken leven.
Sarcofaag: Grafmonument of als afbeelding wil zeggen hier rust een mens van grote betekenis.
Schedel: Vaak met gekruiste beenderen. Symbool dat aan de kortstondigheid van het leven herinnert.
Schelp: Christelijk symbool van het graf dat de mens omsluit na zijn dood voor hij mag opstaan. Christus opende na drie dagen zijn graf. Het is eveneens het symbool van de pelgrims en bedevaarten. Apostel Jacobus
had als symbool de schelp. Hij is in Santiago de Compostela begraven en veel pelgrims dragen dan ook de schelp op hun jas of hoed. Het is ook het symbool van vruchtbaarheid, liefde, huwelijk en leven.
Schietlood: Graf van een architect of een vrijmetselaar.
Schip: Symbool voor de eeuwige reis, de eeuwige haven, de hoop of een goede reis in het hiernamaals of op grafmonumenten van zeelui.
Taxus: De altijd groene taxus is het symbool van onvergankelijkheid. In de oudheid geloofde men dat de ingang tot de onderwereld geflankeerd werd door taxusbomen.
Treurende figuur: Bijna altijd een vrouw die de rouw van de nabestaanden belichaamt.
Treurwilg: Symbool van rouw en verdriet. De hangende takken symboliseren de tranenstroom die in de aarde verdwijnt. Voor de Germanen was de wilg het symbool van de dood. In Hamlet verdrinkt Ophelia daar waar het grijze lover van de wilgenboom zich in het water weerspiegelt. Een knoop in een wilgentak leggen was voldoende om iemand te laten sterven. Dit heette "doodknopen". Wie zo'n knoop los maakt, sterft zelf.
Uil: Symbool van de gelouterde ziel of symbool van degenen die de duisternis liefhebben. Soms als eerbetoon voor de wijsheid van de begravene. De uil was de lievelingsvogel van Athena, de godin van de wijsheid.
Visje: Het symbool is afgeleid van het Griekse woord voor vis: Ichtus. Het verwijst naar Jezus Christus. De letters van Ichtus vormden de beginletters van de uitspraak “Iesous CHristos Theou Uios Soter”, d.w.z. Jezus Christus, Zoon van God, Redder. Zo vormde ICHTUS, een acrostichon of letterwoord uit de 2de eeuw, een zeer korte geloofsbelijdenis.
Vleermuis: De vleermuis staat voor de duivel, kwaad, nacht en de dood.
Vlinder: Symbool van de onsterfelijke ziel. De levenscyclus rups, pop, vlinder staat symbool voor de drie stadia die de menselijke ziel doorloopt: leven, dood en wederopstanding. De vlinder staat ook voor de kortstondigheid van het leven.
Vrouw: Het symbool met de pijl naar beneden symboliseert de vrouw.
Waterschenkende kan en schaal: Dit is het symbool van een Leviet, een Joodse tempeldienaar, die de kan en de schaal hanteert bij de rituele handwassing van een priester.
Winkelhaak: Op het graf van een architect of een vrijmetselaar. Op graven van vrijmetselaars vindt men de passer en de winkelhaak samen aan. Meestal is er evenwicht tussen passer en winkelhaak. Een andere opstelling heeft te maken met de graad waarin gearbeid wordt.
XP: Het monogram van Christus samengesteld uit de Griekse letters X (chi) en P (rho) die de eerste letters van Christos vormen.
Zeis: De zeis is het symbool van de dood. De dood wordt ook wel de grote maaier genoemd, die oogst aan het eind der tijden. In de vroege Middeleeuwen werd de dood al afgebeeld als een skelet met een zeis in de rechterhand. De zeis symboliseert ook de onverbiddelijkheid van de dood. De zeis was ook een attribuut van de Romeinse god Saturnus, de god van de landbouw. In de middeleeuwen werden de goden geassocieerd met planeten. De planeet Saturnus werd beschouwd als sinister en verweven met de dood. De zeis wordt vaak afgebeeld met een doodshoofd, Magere Hein of Kronos: de Griekse god van de tijd.
Zon: Meestal half weergegeven. Dit kan zowel op het einde van het leven duiden, zonsondergang, als een belofte inhouden voor een nieuw leven, zonsopgang.
Zwaan: De zwaan is het symbool van de eeuwige trouw. De zwaan leeft streng monogaam en blijft vrijwel altijd alleen voor de rest van zijn leven als hij zijn partner verliest.

Adelaar: Symbool van de evangelist Johannes. Symbool van de op de kerk neerdalende genade van de geest. De adelaar is bekend als symbool van hemelbestormende macht en weerbaarheid. In de oudheid heerste bij de lijkverbranding van de keizers de gewoonte een adelaar te laten opvliegen, hetgeen de tot de goden opgaande ziel van de aarde symboliseerde.
Afgebroken zuil: Symbool van het plotselinge, veelal jonge, afgebroken leven. De zuil komt voor als afbeelding op een grafmonument en als grafmonument zelf. Veelal wordt ze versierd met guirlandes.

Alfa & Omega: Alfa en Omega zijn de eerste en de laatste letters van het Griekse alfabet. In Openbaring 1:8 en 21:6 en 22:13 zegt Jezus: “ik ben de alfa en de omega”. In Openbaring 2:8 wordt Jezus aangeduid als “de eerste en de laatste”. In afbeeldingen komt “Alfa en Omega” vaak voor in combinatie met het labarum (XP in het midden) maar de versie zonder labarum komt ook voor.
Anker: Symbool van standvastigheid, vastberadenheid en trouw. Het is ook het symbool voor zeelieden. Als Christelijk symbool wordt er de band met Christus mee aangegeven: zijn ziel ankeren in Christus is het enige middel om aan de spirituele schipbreuk te ontsnappen. In combinatie met een kruis en een hart vormt het de drie-eenheid van geloof, hoop en liefde.
Aronskelk: Symbool van Maria: de bloem die zich ten hemel richt.
Ave crux, spes unica: Gegroet o kruis, mijn enige hoop.
Ban de bom teken: Symbool tegen de atoombom en symbool voor de vrede. Is met name bekent als symbool uit de jaren 1960-1970.
Bijenkorf: Symbool voor ijver en werklust. Op vrijmetselaarsgraven een verwijzing naar de loge “Marnix van Sint Aldegonde”. Marnix was de protestantse burgemeester van Antwerpen uit de 16de eeuw en hij had een scherpe apologie gepubliceerd met als titel “Den Byencorf der Heilige Roomsche Kercke”, gericht tegen een pamflet van de Franse kanunnik Gentiaen Hervet.
Bloem: De bloem symboliseert de ziel. Zoals de bloem haar hart opent naar het zonlicht, zo opent de mens zijn ziel voor God. Een geknakte bloem symboliseert de vluchtigheid van het bestaan. Bloemen kunnen ook gezien worden als hoop op de Opstanding, de eeuwige lente en de paradijsvreugde.
Bloemenguirlande: Teken van aardse schoonheid die men in het hiernamaals deelachtig wordt. Symbolen van vruchtbaarheid en geluk.
Boek: Het opengeslagen boek duidt op de band van de overledenen met de Bijbel, het boek der boeken. Geldt als de geopenbaarde wijsheid. Vaak ligt de Bijbel op een bepaalde pagina opengeslagen met vermelding van de tekst. Een vouw in de bladzijde of een boekenlegger geeft meestal aan dat de persoon plotseling is overleden.
Boom : Symbool voor de banden tussen hemel en aarde omdat de wortels in de grond dringen en de takken naar boven rijzen. De bladeren van de boom wijzen ook naar de levenscyclus: de dood en regeneratie. Het symbool voor het leven, van de vruchtbaarheid van de aarde of van de wederopstanding. De afgebroken boom heeft dezelfde betekenis als de afgebroken kolom.
Cirkel: Symbool voor oneindigheid, begin en einde.
Davidster: De davidster is een hexagram, een combinatie van twee gelijkzijdige driehoeken. De driehoek met de naar boven gerichte punt zou het mannelijke symboliseren, de driehoek met de punt naar beneden het vrouwelijke.
Deur: Symbool tussen de overtocht tussen de wereld van de levenden en de wereld van de doden. De overledene, afgebeeld voor een al dan niet op een kier staande deur, behoort tot beide werelden. Het beeld van een treurende overlevende voor een gesloten deur benadrukt de onschendbaarheid van de woonst der doden.
Dolfijn: Volgens fabels zou dit dier de doden begraven.
D.O.M. is de afkorting van Deo optimo (et) maximo. Het betekent "aan de beste en grootste God".
Doodskop: Symbool van de kortstondigheid van het aardse leven.
Draak: Symbool als bewaker van schatten.
Drempel: Symbool van de overtocht tussen de wereld van de levenden en de wereld van de doden. De overledene afgebeeld op een drempel voor een op een kier staande deur behoort tot beide werelden. Het beeld van een treurende overlevende voor een gesloten deur benadrukt de onschendbaarheid van de woonst der doden.
Driehoek : Gelijkzijdige driehoek met de basis naar onderen als symbool voor vrijmetselaars.
Duif: Symbool voor de vrede. Eveneens als verwijzing naar eenvoud, zuiverheid of onschuld. De duif met de olijftak in de bek is het symbool van de goede tijding en van de vrede. Indien de duif met een stralenbundel is omgeven wijst dit naar de weg omhoog. De duif is het symbool van de Heilige Geest. Zittend op de grafsteen symboliseert de duif de ziel van de overledene, die krachten verzameld voor zijn reis naar de hemel.
Eikenblad: Symbool van kracht, eeuwig leven, onsterfelijkheid en duurzaamheid. In de oudheid werd aan overwinnaars een lauwerkrans van eikenbladeren gegeven ten teken van onvergankelijke roem.
Engel: De bemiddelaar tussen het aardse en het hemelse en als zodanig een boodschapper van God. Een engel met een bazuin wijst op faam of roem.
Fakkel: Rechtopstaande fakkel is het symbool van een vrijzinnige levensopvatting. De omgekeerde toorts staat als symbool voor het uitgedoofde leven.
Feniks: Fabelvogel die zich eens om de zoveel eeuwen in het vuur wierp om er totaal verjongt weer uit te komen. Symbool van de opstanding.
Fluit: Symbool op het graf van een musicus.
Geboortester: Een vierpuntige ster gaat de geboortedatum vooraf. Een vijfpuntige ster, een pentagram, is mogelijk. In de oudheid was dit het symbool voor welslagen en gezondheid. In de Christelijke leer staan ze voor de vijf wonden van Christus.